Vör wie et Aentwaerps echt tot in de puntshes wild deurgronde bevat diêl III van den boek
Aentwaerps schrijve een uitgebreid' analyse van den Aentwaerpse grammatica, gepresenteerd in d'iênvoudige bewoordinge van nen typischen taalcursus. D'
inoudstafel van den boek toênd de besproken onderwaerpe:
III. ANTWERPSE GRAMMATICA 55
1. SPECIALE UITGANGEN 56
1.1 De uitgangen -e en -en 56
1.2 De speciale uitgang -[d] 59
2. LIDWOORDEN 61
2.1 Onbepaalde lidwoorden 61
2.2 Bepaalde lidwoorden 63
2.3 Bijzonder gebruik van lidwoorden 64
3. ZELFSTANDIGE NAAMWOORDEN 64
3.1 Geslacht 64
3.2 Meervoud 65
4. VERKLEINWOORDEN 66
4.1 Suffixen 66
4.2 Stamklankverkorting 68
4.3 Onregelmatige verkleinwoorden 69
4.4 Verkleinwoorden van andere woordsoorten 70
5. ADJECTIEVEN 71
5.1 De standaardverbuiging 71
5.2 De alternatieve verbuiging 72
5.3 Adjectieven waarvan de stam eindigt op een doffe e 73
5.4 Adjectieven met een veranderlijke stam 74
6. DE TRAPPEN VAN VERGELIJKING 75
6.1 De vergelijkende trap 75
6.2 De overtreffende trap 76
6.3 Stamklankverkorting 76
6.4 Onregelmatige trappen van vergelijking 77
7. DE TUSSEN-N IN SAMENSTELLINGEN 79
7.1 De tussen-n in het Nederlands 79
7.2 De tussen-n in het Antwerps 80
7.3 Vergelijking met adjectieven 81
8. AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN 82
8.1 Dichtbij 82
8.2 Veraf 83
8.3 Zelfstandig gebruikte aanwijzende voornaamwoorden 83
9. BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN 85
9.1 Onderwerp 85
9.2 Lijdend voorwerp 86
10. VOEGWOORDEN 87
11. PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN 88
11.1 De onderwerpsvormen 89
11.2 De niet-onderwerpsvormen 93
11.3 Andere vormen 94
11.4 De bijzondere eigenschappen van et 96
12. BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN 97
12.1 De stammen 97
12.2 De uitgangen 98
12.3 De verbogen vormen 98
12.4 De eind-n vóór onzijdige woorden 99
13. WEDERKERENDE VOORNAAMWOORDEN 100
14. ANDERE VERBOGEN WOORDEN 101
14.1 De standaardverbuiging 101
14.2 De alternatieve verbuiging 102
14.3 De bijzondere verbuiging 104
15. WERKWOORDEN 105
15.1 Algemeen 105
15.2 De onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 106
15.3 De gebiedende wijs 114
15.4 De onvoltooid verleden tijd (OVT) 115
15.5 Het voltooid deelwoord 117
15.6 Belangrijke werkwoorden 118
Da' zen veul te veul onderwaerpen oem ier ammol same te vatte, mor ge kund
oêfdstuk 7 over de tusse-n in samestellinge lezen as veurbeld.
Maar kzen verhoist noor Denderliew
En tis verschrikkelaaik !
Maar er is nog een andere a die als au of ou gespeld wordt. 'U' en 'uw' worden ook als a uitgesproken. Deze spelling houdt geen rekening met het verschil tussen de aa in 'ruw' en 'rauw' aan de ene kant en de àà in 'mand' en 'berg'. De korte a staat enkel voor l (al, smal, enz.) De korte à is de klinker bij uitstek, waarmee Antwerpenaars door de mand vallen als ze "gekuist" spreken in de andere combinaties a+t, a+s, enz.
Dàd hèdde gà goo gezieng. Wàd heer "plàtte a" genoemd wërt, is aaigelàk en lange o èn gin a.
Der zaain twieë o's (kërt èn làànk)
vgl 'sport' (kort) en 'spaart' > spoart(lang).
As "aa" de "aa" is van "naam", oe schrevde dan de "aa" van "sigaar"?
Ik zen ier aanbelaend dör te zuke nor Wannes Van de Velde, God emme zen ziel, en ik zen wel kontent met dees initiatief!
Ik em subiet e linkske gelei vanoep www.astrovdm.com/schoolinfo.htm.
Alliën verston ek ni goe vörwa dat den daerde persoën van de waerkwoorde oep een "d" zou moeten eindige. G'oërt dat oemmes toch niet...
Maar deze site is een voorbeeld.
Het zou goe zijn als op deze manier ook andere talen doorgegeven worden aan de volgende generaties dus Gentenaars Leuvenaars Limburgers wat hou u tegen