166 woorde beginne meh een P...
[pëtatfrutkraam]
zn. (o)
e/et ~, petatfrutkrame(n), petatfrutkrommeke
frietkraam
[pëtottër]
zn. (m)
ne/de ~, petotters, petotterke
dreumes - klein kind
[pëtözë]
zn. (v)
de petözze(n), geen mv., petözzeke
stamppot(?) - gerecht met gekookte groenten, bv. dikke groentesoep.(?) Vergelijk bagözze, stözze, occözze, etc voor de uitgang
1 kikker
2 stommerik
3 schrik
edde wer peut?

muggenzifter - iemand die op alles iets aan te merken heeft
1 piemel
2 geluk, meeval
g'ed wer piet g'ad

[pikét]
zn. (v)
een/de ~, pikette(n), piketshe
haring - om een tentzeil in de grond te bevestigen
[pikét]
uitdr.
ruzie hebben
1 hand, vinger - meestal in de context van een waarschuwing of een verwijt
2 poot - van een tafel of een stoel
[pikkëlë]
ww.
pikkele(n)
- pikkelde(n)
- gepikkeld
hinken, manken - bvb. wanneer één voet gekwetst is
OTT-vervoeging van pikkele| ik pikkel | wij pikkele(n) |
gij pikkeld ↔ pikkeld(e) gij | golle pikkeld ↔ pikkeld(e) golle |
| ij pikkeld | zun pikkele(n) |
OVT-vervoeging van pikkele (zwak)| ik pikkelde(n) | wij pikkelde(n) |
gij pikkelde(n) ↔ pikkelde(n) gij | golle pikkelde(n) ↔ pikkelde(n) golle |
| ij pikkelde(n) | zun pikkelde(n) |
[pikkëndief]
zn. (m)
ne/de ~, pikkedieve(n), pikkedifke
dief - kindertaal
1 batterij - Fr. pile < Lat. pila
2 pil
pakt nog e pilleke


een fanatiek lid van de kerk; letterlijk: pilarenbijter
1 knipperen - van een licht
2 knipogen
3 richtingaanwijzers gebruiken
OTT-vervoeging van pinke| ik pink | wij pinke(n) |
gij pinkt ↔ pinkt(e) gij | golle pinkt ↔ pinkt(e) golle |
| ij pinkt | zun pinke(n) |
OVT-vervoeging van pinke (zwak)| ik pinkte(n) | wij pinkte(n) |
gij pinkte(n) ↔ pinkte(n) gij | golle pinkte(n) ↔ pinkte(n) golle |
| ij pinkte(n) | zun pinkte(n) |
richtingaanwijzer, knipperlicht - syn.
pinklicht
richtingaanwijzer, knipperlicht - syn.
pinker
[piot]
zn. (m)
ne/de ~, piotte(n), piotteke
1 dienstplichtige soldaat
2 krentenkoek - soort lang broodje van krentenbrooddeeg, de gewonemensenversie van koffiekoeken
[piottëpakkër]
zn. (m)
ne/de ~, piottepakkers
militaire politieagent - of bij uitbreiding rijkswachter of politieagent die militairen oppakte die in de uitgaansbuurten of in cafés waren blijven plakken en niet tijdig hun kazerne vervoegden
1 meisje of vrouw die dikwijls naar het toilet moet
2 algemene benaming voor een meisje
rond broodje - Fr. pistolet (langwerpig broodje in het Nederlands)
knijpen - in iemands huid
OTT-vervoeging van pitse| ik pits | wij pitse(n) |
gij pitst ↔ pitst(e) gij | golle pitst ↔ pitst(e) golle |
| ij pitst | zun pitse(n) |
OVT-vervoeging van pitse (zwak)| ik pitste(n) | wij pitste(n) |
gij pitste(n) ↔ pitste(n) gij | golle pitste(n) ↔ pitste(n) golle |
| ij pitste(n) | zun pitste(n) |
[pittërsèllë]
zn.
pitterselle(n)
peterselie
koude schotel - typische ingrediënten zijn sla, aardappeltjes, zalm, asperges, hardgekookte eieren en tomaten.
[plafëtuur]
zn. (v/o)
rolluik
error
iemand die altijd ergens blijft plakken, bvb. op café
[plastësing]
zn.
plasticine
plastic
Verbuiging van plastikke | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | plastikke[n] | plastik(ke) | plastikke(n) |
|---|
| meervoud | plastik(ke) |
|---|
das - Fr. plastron < It. piastrone
Vragen? Kijk eerst in de
uitleg bij het woordenboekSuggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten
op het forum.