241 woorde beginne meh een S...
Pagina's:
1 | 2 |
3 |
4 |
5schaamteloos
Verbuiging van schomteloês | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | schomteloêze[n] | schomteloêz(e) | schomteloês |
|---|
| meervoud | schomteloêz(e) |
|---|
[schoofsak]
zn. (m)
ne/de ~, schoofzakke(n), schoofzakske
lunchpakket, knapzak
[schörëft]
zn. (v)
de ~
schurft
[schörsëneel]
zn. (m)
ne/de ~, schörsenele(n)
schorseneer
[schoovë]
ww.
schove(n)
- schoofde(n)
- geschoofd
lunchen
OTT-vervoeging van schove| ik schoof | wij schove(n) |
gij schoofd ↔ schoofd(e) gij | golle schoofd ↔ schoofd(e) golle |
| ij schoofd | zun schove(n) |
OVT-vervoeging van schove (zwak)| ik schoofde(n) | wij schoofde(n) |
gij schoofde(n) ↔ schoofde(n) gij | golle schoofde(n) ↔ schoofde(n) golle |
| ij schoofde(n) | zun schoofde(n) |
huilen
OTT-vervoeging van schriêwe| ik schriê | wij schriêwe(n) |
gij schriêd ↔ schriêd(e) gij | golle schriêd ↔ schriêd(e) golle |
| ij schriêd | zun schriêwe(n) |
OVT-vervoeging van schriêwe (zwak)| ik schriêde(n) | wij schriêde(n) |
gij schriêde(n) ↔ schriêde(n) gij | golle schriêde(n) ↔ schriêde(n) golle |
| ij schriêde(n) | zun schriêde(n) |
[schrok]
zn. (v)
een/de ~, schrokke(n)
foeilelijk meisje
[schummël]
zn. (m)
ne/de ~, schummels, schummelke
schimmel
mooier - variant van schoêner
Verbuiging van schunder | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | schundere[n] | schunder | schunder |
|---|
| meervoud | schunder |
|---|
mooiste - variant van schoênste
Verbuiging van schunste | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|
| enkelvoud | schunste[n] | schunst(e) | schunste(n) |
|---|
| meervoud | schunst(e) |
|---|
schoppen - één van de vier soorten kaarten
schuppen is tróef


1 er vandoor gaan
ik zen schuppes


2 er vandoor gegaan zijn
a is schuppes


1 schoppenboer
2 idioot, nar
1 zie - als tussenwerpsel
ier se, da's vör ae


2 verwijtende uitroep
se, dóede 't nah wer!


3 stopwoord om berusting uit te drukken
tja se, 't is nah zoê


[sëbiêmët]
bijw.
later, maar na een kortere tijdspanne dan men aangeeft met
straks; ook
sebiême; syn
sebiet; Fr.
subitik koom sebiêmet

1 later, maar na een kortere tijdspanne dan men aangeeft met straks, Fr. subit
ik koom sebiet nor uis


2 als het zo verder gaat
[sëkont]
zn. (m)
ne/de ~, seconde(n), secondshe
1 stopwoord aan het begin van een zin om de aandacht van de aangesprokene te trekken
2 stopwoord aan het einde van een zin om lichte ontzetting uit te drukken over het voorgaande
da's ier waerm seg!


3 uitroep van protest, kan ook op zeurderige toon verlengd worden tot seeeeeg
seg! blefd daar is af!


[sëgont]
zn. (m)
ne/de ~, segonde(n), segondshe
[séldër]
zn. (m)
ne/de ~, selders, selderke
selderij, selderie
tomattesoep meh selder


treuzelen
OTT-vervoeging van semmele| ik semmel | wij semmele(n) |
gij semmeld ↔ semmeld(e) gij | golle semmeld ↔ semmeld(e) golle |
| ij semmeld | zun semmele(n) |
OVT-vervoeging van semmele (zwak)| ik semmelde(n) | wij semmelde(n) |
gij semmelde(n) ↔ semmelde(n) gij | golle semmelde(n) ↔ semmelde(n) golle |
| ij semmelde(n) | zun semmelde(n) |
reeks, serie - in het Antwerps is de e kort en ligt de klemtoon op de ie, zoals in het Frans
serveerster - Fr. serveuse
belachelijke, potsierlijke, sukkelachtige persoon
1 later, maar na een kortere tijdspanne dan men aangeeft met straks
'k zal 't sevves doeng


2 als het zo verder gaat
[sfeêr]
zn. (v)
een/de ~, sfêre(n), sferreke
sfeer
[schaerëp]
zn. (m)
ne/de ~, shaerpe(n), shaerpke
wintersjaal - Fr.
écharpe, waarvan in het Nederlands ook
sjerp (brede gekleurde band, bvb. in de nationale driekleur) is afgeleid
dor stoeng de shampetter

1 piemel
2 knul, kluns - vriendelijk pejoratieve benaming voor een man
[shazbak]
zn. (m)
ne/de ~, shasbakke(n), shasbakske
spoelbak - van de wc
[shassë]
ww.
shasse(n)
- shaste(n)
- geshast
doortrekken, doorspoelen - van de wc; Fr. chasse
OTT-vervoeging van shasse| ik shas | wij shasse(n) |
gij shast ↔ shast(e) gij | golle shast ↔ shast(e) golle |
| ij shast | zun shasse(n) |
OVT-vervoeging van shasse (zwak)| ik shaste(n) | wij shaste(n) |
gij shaste(n) ↔ shaste(n) gij | golle shaste(n) ↔ shaste(n) golle |
| ij shaste(n) | zun shaste(n) |
babbelen
OTT-vervoeging van shauwele| ik shauwel | wij shauwele(n) |
gij shauweld ↔ shauweld(e) gij | golle shauweld ↔ shauweld(e) golle |
| ij shauweld | zun shauwele(n) |
OVT-vervoeging van shauwele (zwak)| ik shauwelde(n) | wij shauwelde(n) |
gij shauwelde(n) ↔ shauwelde(n) gij | golle shauwelde(n) ↔ shauwelde(n) golle |
| ij shauwelde(n) | zun shauwelde(n) |
ventiel - Fr.
soupape; syn.
soupape
[shift]
zn. (v)
een/de ~, shifte(n), shiftshe
shift, ploeg - uitsluitend mannelijk in Van Dale, let ook op de meervoudsvorm
[shik]
zn. (v)
1 kauwgum
2 pruim - portie pruimtabak
[shikkëmbak]
zn. (m)
kauwgumbol? - soort bol langst de straat waar je 20 frank in stak (nu een euro?) en aandraaide en snoepjes uitkwamen. Of prullen als nepjuweeltjes enzo.
Pagina's:
1 | 2 |
3 |
4 |
5Vragen? Kijk eerst in de
uitleg bij het woordenboekSuggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten
op het forum.