Aentwaerps.be - alles over d'Aentwaerpse taal

Aentwaerps Nederlands

Menu

... of dobbelklikt oep inder welk Aentwaerps woord oep deze site!

Aentwaerpse Woordenboek


Alle 2735 woorde, de recentsten ist...

bit

    
[bit]
 
 zn. (v) 
 
de ~, bite(n), bitshe(n)
biet (knol)
  • e veld vol meh bite
+ door Doederik

kiekebolle

    
[kiekboll]
 
 zn. (mv) 
 
de kiekebolle(n)
- variant van kiekevlis
kippenvel
  • As ek 'Aentwaerpe' van De Strangers or, dan krij'k alted zon kiekebollen oep m'n aerme.
+ door Doederik

ontrent

    
[ontrngt]
 
 bijw. 
bijna     
  • mor ik haal die perfeksen ontrent
+ door Doederik

afblotte

    
[afblotə]
 
 ww. 
 
afblotte
 
- afblotte(n)
 
- geafblot(te)
1 afpellen, loskomen, (verf of schros kunnen afblotte)
  • de vaerf blot van de deur en de venster af
2 vervellen (na zonnebrand)
  • a was nor de zi gewest, nau issem on't afblotte
+ door derek
OTT-vervoeging van afblotte
ik blot afwij blotte(n) af
gij blot af
afblot(te) gij af
golle blot af
  ↔ afblot(te) gollen af
ij blot afzun blotte(n) af
OVT-vervoeging van afblotte (zwak)
ik afblotte(n)wij afblotte(n)
gij afblotte(n)
afblotte(n) gij
gollen afblotte(n)
  ↔ afblotte(n) golle
ij afblotte(n)zun afblotte(n)

bainflaense

    
[baji:ənflaensə]
 
 uitdr. 
samenvoegen, bijeen mengen
  • ge flaenst wa bloem, melk en eire bain...
+ door derek

afbiljaere

    
[afbiljaerə]
 
 ww. 
 
afbiljaere
 
- biljaerde(n) af
 
- afgebiljaerd
1 snel afwerken, routineus afwerken
  • biljaerd da d'ier is af
2 ergens snel werk van maken
  • 'k zal dat d'ier is gau afbiljaere
+ door derek
OTT-vervoeging van afbiljaere
ik biljaer afwij biljaere(n) af
gij biljaerd af
biljaerd(e) gij af
golle biljaerd af
  ↔ biljaerd(e) gollen af
ij biljaerd afzun biljaere(n) af
OVT-vervoeging van afbiljaere (zwak)
ik biljaerde(n) afwij biljaerde(n) af
gij biljaerde(n) af
biljaerde(n) gij af
golle biljaerde(n) af
  ↔ biljaerde(n) gollen af
ij biljaerde(n) afzun biljaerde(n) af

afbite

    
[afbi:ətə]
 
 ww. 
 
afbite
 
- bitte(n) af
 
- afgebit
1 aftroeven, slaan, vechten
  • de kaupere ee zan schonbruur afgebit omdat'em za zuster ot geslage
2 verslaan (in een gevecht of in een spel)
  • die ander club ee'd ond goe afgebit
+ door derek
OTT-vervoeging van afbite
ik bit afwij bite(n) af
gij bit af
bit(e) gij af
golle bit af
  ↔ bit(e) gollen af
ij bit afzun bite(n) af
OVT-vervoeging van afbite (zwak)
ik bitte(n) afwij bitte(n) af
gij bitte(n) af
bitte(n) gij af
golle bitte(n) af
  ↔ bitte(n) gollen af
ij bitte(n) afzun bitte(n) af

afbeule

    
[afbeulə]
 
 ww. 
 
afbeule
 
- beulde(n) af
 
- afgebeuld
1 aan hoog (te) tempo (laten/doen) werken, afjagen of afdrijven in 1 EV wederkering gebruikt
  • Ik beul manaigen af ik zen maneige on afbeule
2 werkers aan hoog (te) tempo doen werken, afjagen of afdrijven
  • De baas beuld ons nogal af
+ door derek
OTT-vervoeging van afbeule
ik beul afwij afbeule(n)
gij beuld af
beuld(e) gij af
golle beuld af
  ↔ beuld(e) gollen af
ij beuld afzun afbeule(n)
OVT-vervoeging van afbeule (zwak)
ik beulde(n) afwij beulde(n) af
gij beulde(n) af
beulde(n) gij af
golle beulde(n) af
  ↔ beulde(n) gollen af
ij beulde(n) afzun beulde(n) af

afb(r)stele

    
[afb(r)stələ]
 
 ww. 
 
afbstele, afbrtsele, afgeb(r)steld
 
- b(r)stelde(n) af
 
- afgeb(r)steld
- variant van 
1 (zichzelf) sjiek aankleden of sjiek aangekleed zijn, met zijn zondags kostuum
  • a was ilemaal afgebsteld voor zan sollecitase
2 rammeling krijgen of geven - of de levieten gelezen
  • die portier 'ee'tem goe d'afgebsteld
+ door derek
OTT-vervoeging van afb(r)stele
ik b(r)stel afwij b(r)stele(n) af
gij b(r)steld af
b(r)steld(e) gij af
golle b(r)steld af
  ↔ b(r)steld(e) gollen af
ij b(r)stelt afzun b(r)stele(n) af
OVT-vervoeging van afb(r)stele (zwak)
ik b(r)stelde(n) afwij b(r)stelde(n) af
gij b(r)stelde(n) af
b(r)stelde(n) gij af
golle b(r)stelde(n) af
  ↔ b(r)stelde(n) gollen af
ij b(r)stelde(n) afzun b(r)stelde(n) af

adoewerwa

    
[a]du:werwa]
 
 uitdr. 
eenwoordszin : wordt al een woord, zonder pauzes uitgesproken, komt overeen met de rethorische uitspraak "wat doet hij nu weer?" , en heeft een sarcastische ondertoon, in het publiek uitgesproken is dit zeer beschamend voor degene die ermee aangesproken wordt.
  • adoewerwa
+ door derek

afblderij

    
[afbldərai]
 
 uitdr. 
 
mv
 
- variant van 
iemand aan hoog (te) tempo laten werken, zie ook afbeulen , afjagen of afdrijven
  • die kamer blafonere in twi ure, da's afblderij
+ door derek
error

afbeldsel

    
[afbeldsəl]
 
 zn. 
 
een /het afbeldsel afbedlsels afbeldselshe ~
1 afbeelding : foto, tekening, schilderij
2 afgietsel of beeld ( zie ook afgitsel)
+ door derek

akoteeke

    
[akɔte:ke]
 
 uitdr. 
 
Akoteeke
 
1 een bijbaantje, bijverdienste
  • b'ange da's een akoteeke, 'kzen pompier
2 een bijgerecht (iets dat bij een schotel wordt gegeven, of een sier ingredint)
  • da schautelje konijnevoejer is mor een akoteeke
3 een - niet zo serieuze- buitenhuwelijkse relatie, een liefje waarvan je echtgeno(o)t(e) niest weet,
  • Marina da's een akoteeke, mor zan Julia wettet niet
4 een plek (huurkamertje) waar je met je liefje naartoe gaat
  • Da's een akoteeke, ne pied--terre...
5 een niemendalletje of een waardeloos geschenk dat bij een aankop wordt gegeven
  • die ntjes be da bier da's een akoteeke
+ door derek
error

eirentak

    
[eirntak]
 
 zn. (m) 
 
nen/den ~, eiretakske(n), eiretakke(n)
eierstok
  • z'eed eur twi eiretakke mutte late wegale
+ door Doederik

achterport

    
[atərpuərt]
 
 zn. 
 
een /d'achterport achterporte achterportshe achterport(e)
1 (let) poort aan de achterzijde
  • levere on d'achterport
2 (fig) een lacune in de regels
  • die avecate vinde alle achterportshes
3 (fig) (groot) achterwerk
  • amai wa d'en achterport
+ door derek

achternadoen

    
[atərnɒdoeŋ]
 
 ww. 
 
achternadoen
 
- deej(e)achterna
 
- achterna gedɒ
nabootsen, imiteren
  • allee manne doe ma achterna
+ door derek
OTT-vervoeging van achternadoen
ik doe(n) achternawij doen achterna
gij doe(d')achterna
doe(d')achterna gij
golle doe(d')achterna
  ↔ doe(d')achterna golle
ij doe(d')achternazun doen achterna
OVT-vervoeging van achternadoen (zwak)
ik deej(e)achternawij deej(e)achterna
gij deej(e)achterna
deej(e)achterna gij
golle deej(e)achterna
  ↔ deej(e)achterna golle
ij deej(e)achternazun deej(e)achterna

achterklap

    
[atərklɐp]
 
 uitdr. 
 
achterklap
 
1 (let) roddel, praat achter de rug
  • ba de coiffeur holt die van ons heure achterklap p
2 (fig) wind (scheet)
  • oei, achterklap
+ door derek
error

achterdeur

    
[atərd:r]
 
 zn. 
 
een/d'achterdeur achterdeur[e]
1 (let) deur in de achtergevel/achterzijde van het huis
  • go mor langst d'achterdeur
2 (fig) gek zijn
  • a'is z zot gelak een (zwaaiende) achterdeur
+ door derek

achturelijk

    
[atu:relaik]
 
 zn. 
 
een / het achturelijk ~
1 (fig) een dode die door armoede door de overheid werd begraven : een achturelijk is een dode waarvoor de misviering om 8 uur ś morgens werd gehouden (goedkoper), een dergelijk lijk werd net voor de viering uit de koeling van het mortuarium gehaald (zie ook elfurelijk)
  • er was niemand p de begrafenis 'et was een achturelijk
2 (fig) lijkbleek
  • de blausde lak een achturelijk
+ door derek

achterdms

    
[atərdms]
 
 uitdr. 
 
achterdms
 
achterbaks, onbetrouwbaar, doet dingen uit het zicht
  • a spelt achterdeums
+ door derek
error

accordere

    
[accorde:rə]
 
 ww. 
 
accordere
 
- accordeerde(n)
 
- g'accordeerd
1 (fig) bij elkaar passend, geassorteerd zijn met (kleding) (zie assorti)
  • oe sjakosse accordeert schon me'oe schoene
2 (fig) gelijkgestemd zijn, kunnen opschieten met, overeenkomen met (persoonlijkheid)
  • charel en maria accordere ilemaal nie me'mekaar
3 (let) gegevens met elkaar in overeenstemming brengen cq controleren of ze met elkaar in overeenstemming zijn
  • controleert die facturen en accordeert de betalinge
+ door derek
OTT-vervoeging van accordere
ik accordeerwij accordere(n)
gij accordeert
accordeerd(e) gij
gollen accordeert
  ↔ accordeerd(e) golle
ij accordeertzun accordere(n)
OVT-vervoeging van accordere (zwak)
ik accordeerde(n)wij accordeerde(n)
gij accordeerde(n)
accordeerde(n) gij
gollen accordeerde(n)
  ↔ accordeerde(n) golle
ij accordeerde(n)zun accordeerde(n)

accont

    
[akɔnt]
 
 zn. 
 
een/ de accont ~
voorschot op een aankoop, of voor het reserveren van een bestelling
  • 'kem een accont gegeve
+ door derek

absjaer

    
[absjaer]
 
 zn. (m) 
 
nen / den absjaar ~
onbetrouwbaar
  • din absjaer, dan zedde zeker gechareld
+ door derek

aebendaens of aebondaens

    
[aebəndaens of aebondaens]
 
 uitdr. 
 
aebendaens of aebondaens
 
1 overvloed, ruime rijkelijke overvloedige keuze
  • et auwelaksbuffet kon ni-oep, nen aebondaens van vis, charcuterie, kes en desserrekes
2 (fig) bod bij het kaarten (wiezen - whist) voor 9 slagen
  • me zannen aebendaens mocht'em uitkome
+ door derek
error

abel

    
[ɒbl of aebl]
 
 bn. (pred.) 
 
abel(e)
 
bekwaam maar niet specifiek op een kennis of kunde gericht, wel op een bijdragende of meewerkende attitude
  • da's nen abele vent
+ door derek
error

Vragen? Kijk eerst in de uitleg bij het woordenboek

Suggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten op het forum.