Aentwaerps.be - alles over d'Aentwaerpse taal

Aentwaerps Nederlands

Menu

... of dobbelklikt oep iźnder welk Aentwaerps woord oep deze site!

Aentwaerpse Woordenboek


Alle 2669 woorde, de recentsten iźst...

zwing

    
[zwing]
 
 zn. (v) 
 
een/de ~, zwinge(n), zwingeske
1 schouder
  • den biźnouwer draagd e kwartier over z'n linker- of rechterzwing
2 vleugel     
  • diź vogel ee' z'n zwing gebroke
+ door derek

Zwontshes

, de ~
    
[zwontshės]
 
 uitdr. 
Zwontjes, de~
Wijk in Hoboken
  • de Zwontshes is gelegen on de kruising van de VIIst' Olympiadelaan, St. Bernardsestiźnweg, d'Aentwaerpsestrot en de Krugerstrot oep de grens van 't Kiel en Oboken
+ door derek

zwontje

    
[zwontje]
 
 zn. (o) 
 
e/et ~, zwontjes
1 gemotoriseerde politieagent
  • -
2      
3 Oorsprong: De mobiele brigade werd gehuisvest in een gebouw waar voorheen de herberg "de Zwaantjes" gevestigd was, en waarvan het symbool (de zwaan) de gevel sierde.
+ door derek

zwarte mannekes

    
[zwartė mannėkės]
 
 zn. (mv) 
zwarten - negers, bewoners van centraal en zuidelijk Afrika
  • de missiebróeders ginge de zwarte mannekes elpe
+ door derek

zwartzak

    
[zwartsak]
 
 zn. (m) 
- afgeleid van zwarte(n)
collaborateur, nazisympathisant
  • da's een famille van zwartzakke
+ door derek

zwarte

    
[zwartė]
 
 zn. (m) 
 
ne/de zwarte(n), zwarte(n)
collaborateur, nazisympatisant - als een Antwerpenaar iemand als "ne zwarte" omschrijft gaat het niet over zijn huidskleur maar over zijn politieke voorkeur omstreeks WOII; nu zijn dat vooral nazaten van die sympatisanten
  • Borms da was ne zwarte
+ door derek

zwarte socies

    
[]
 
 uitdr. 
 
mv
 
een bepaalde soort donkere (vierkante salami) met kleine witte spikkels, niet voor bloedworst, die dun gesneden als boterhammen beleg wordt gebruikt, een van de vele soorten salami
  • 'k eet gčre zwarte socies tussen manne boteram
+ door derek
error

zwaenzer

    
[zwaenzėr]
 
 zn. (m) 
- afgeleid van zwaenze(n)
 
grapjas     
  • gij zeh ne zwaenzer eh?
+ door derek
OTT-vervoeging van zwaenze
ik zwaenswij zwaenze(n)
gij zwaensd
zwaensde gij
golle zwaensd
  ↔ zwaensde golle
ij zwaensdzun zwaenze(n)

zutenbek

    
[zuutėmbék]
 
 zn. (m) 
 
ne/de ~, zutebekke(n), zutebekske
zoetekauw - iemand met een voorkeur voor zoetigheden of snoep
  • da kind is e zutebekske
+ door derek

zutelies

    
[zuutėlies]
 
 zn. 
 
de ~
spekvet - ongezouten varkensvet dat gebruikt werd als boter
  • wilde ga een boke meh' zutelies?
+ door derek

zuigė

    
[zuigė]
 
 ww. 
 
zuigė
 
- zoog
 
- gezogė(n)
1 zuigen, aan een rietje, met een pomp etc..
  • - de brandweer zuigt de kelder leeg met een straffe poźmp
2 pijpen
  • - Vruger konde al zuigė en poepe voer 500 fr in de schipperskapelstraat
3 uitdrukkig "ge meu d'er is aan zuigė"
  • - schat, ge meu d'er is aan zuigė
+ door derek
OTT-vervoeging van zuigė
ik zuigwij zuigė(n)
gij zuigd
zuigde gij
golle zuigd
  ↔ zuigde golle
ij zuigdzun zuigė(n)
OVT-vervoeging van zuigė
ik zoogwij zogė(n)
gij zoogd
zoogde gij
golle zoogd
  ↔ zoogde golle
ij zoogdzun zogė(n)

zoutmondshe

    
[zoutmontshė]
 
 zn. (o) 
 
e/et zoutmondshe(n)
1 zoutje - zout tussendoortje, hapje(s), amuse gueule, tapas
  • patron edde gin zoutmondshe vör ba da bier
2 vagina - in de uitdrukking "zoutmondje gekust"
  • 'k em vandaag e zoutmondshe gekust, 't was lakker
+ door derek

zotte koste

    
[zottė kostė]
 
 uitdr. 
zotte koste(n)
1 overbodige of nutteloze uitgaven - bvb. wanneer iemand plant om kortelings te verhuizen en toch nog wil schilderen
  • da' zen zotte kosten
2 luxeaankoop of buitensporige aankoop - bvb. een nieuwe auto kopen voor een geliefde
  • awel, zotte kosten gedaan?
+ door derek

versmoźre

    
[vėrsmrė]
 
 ww. 
 
versmoźre
 
- versmoźrde
 
- versmoźrd
1 verstikken - (letterlijk) wurgen, vermoorden
  • a is veroźrdiźld vör et versmoźre van die kenau wör dat 'em meh' getroud was
2 onderdrukken, monddood maken - (figuurlijk) bvb. protest
  • de gendaerme kwamen et protest van de dokwaerkers versmoźre
+ door derek
OTT-vervoeging van versmoźre
ik versmoźrwij versmoźre
gij versmoźrd
versmoźrd(e) gij
golle versmoźrd
  ↔ versmoźrd(e) golle
ij versmoźrdzun versmoźre
OVT-vervoeging van versmoźre (zwak)
ik versmoźrdewij versmoźrde
gij versmoźrde
versmoźrde gij
golle versmoźrde
  ↔ versmoźrde golle
ij versmoźrdezun versmoźrde

aendvleugel

    
[aentfleugėl]
 
 zn. (m) 
 
nen/den ~, aendvleugels, aendvleugeltshe
stoffer - handborstel die samengaat met een völksblek (vuilblik)
  • old e völksblek en nen aendvleugel en ramasseerd da stof dad ier ligd
+ door derek

völksblek

    
[völlėksblék]
 
 zn. (o) 
 
e/et ~, völksblekke(n), völksblekske
- variant van vuilblek
vuilblik - wordt gebruikt in combinatie met een handvleugel (aendvleugel); stoffer en blik
  • oud da' völksblek oep de grond, da 'k diź roemmel deroep kan kźre
+ door derek

vuilblek

    
[vuilblék]
 
 zn. (o) 
 
e/et ~, vuilblekke(n), vuilblekske
- variant van völksblek
vuilblik - stoffer en blik zijn in Antwerpen vuilblik en aendvleugel (handvleugel)
  • oud da' vuilblek oep de grond, da 'k diź roemmel deroep kan kźre
+ door derek

zoenk

    
[zoenk]
 
 zn. (m) 
 
ne/de ~, zoenke(n), zoenkske
put, verzakking, uitgesleten put
  • de manne van den ellentrik emme 't straat opegebroken en nah lee' der ne zoenk in de lantoźr
+ door derek

zift

    
[zift]
 
 zn. (v) 
 
een/de ~, zifte(n), ziftshe
zeef     
  • ne girrigord lot zelfs een zift in z'n schou zetten oem de smoźr te zifte
+ door derek

zetgoed

    
[zetgoed]
 
 zn. 
 
et zetgoed ~
1 (let.) zaden en knollen die gepland moeten worden voor de komende oogst
  • - dit is schoźn zetgoed voor de komende zomer
2 (fig.) (snel) opgroeiend meisje
  • - zijn dochter is een aankomend dingske, ja schoźn zetgoed, nog ne warme zomer en da bloeit schoźn
3 (fig.) jong beginnend hoertje van een pooier
  • - ja da's nief zetgoed in de vitrine van de Maurice
+ door derek

zemele

    
[zeemėlė]
 
 zn. (mv) 
 
zemele(n)
1 zemelen - afval van graankorrels blijven in het deeg bij een bruin of grof brood
  • voer mij een broźd meh' zemele
2 zenuwen - afgeleiden zemelpees, zemelzeik(st)er
  • van au gezaag krij 'kik et oep man zemele
+ door derek

ziźmelap

    
[ziemėlap]
 
 zn. (m) 
 
ne/de ~, ziźmelappe, ziźmelapke
zeemvel     
  • na 't spule mutte de glazen afdroźge meh ne ziźmelap
+ door derek

waaiboźmenoute

    
[waaiboźmėnoutė]
 
 bn. 
waaiboźmenoute(n)
- afgeleid van waaiboźmenout
waaibomenhouten - van minderwaardig of goedkoop hout gemaakt
  • amai, de Charel lag mor in een waaiboźmenoute kist
+ door derek

zeiken

    
[zaajken]
 
 ww. 
 
zeiken
 
- zeek
 
- gezeken
1 is de "verheffende trap" van plassen, grote hoeveelheden plassen
  • - die zatlap stond daar zeker enkele minuten tegen die schutting te zeiken
2 vervelend en onophoudelijk zagen, de zager is een zeiker
  • - Jean, gaa naar huis ge ze wer aan't zeiken
+ door derek
** Fout in vervoeging **
OVT-vervoeging van zeiken (zwak)
ik zeekwij zeek
gij zeek
zeek gij
golle zeek
  ↔ zeek golle
ij zeekzun zeek

zegge'dis

    
[zegge'dis]
 
 uitdr. 
 
zegge'dis
 
samentrekking van "zeg het eens", meestal gebruikt door iemand in een situatie van autoriteit t.a.v. ondergeschikte (bvb een baas tegen en medewerker, een dokter of notaris tegen een patiėnt,..) kan zowel vriendelijk als intimiderend overkomen en connotaties hebben van "ik zal wel eens naar je luisteren, maar ik geloof je toch niet"
  • en den doktoor zei tegen heur "zegge'dis?"
+ door derek
error

Vragen? Kijk eerst in de uitleg bij het woordenboek

Suggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten op het forum.