Alle 2669 woorde, de recentsten iźst...
Veurige |
1 | 2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
Volgende
[zwing]
zn. (v)
een/de ~, zwinge(n), zwingeske
1 schouder
2 vleugel
[zwontshės]
uitdr.
Zwontjes, de~
Wijk in Hoboken
[zwontje]
zn. (o)
e/et ~, zwontjes
1 gemotoriseerde politieagent
2
3 Oorsprong: De mobiele brigade werd gehuisvest in een gebouw waar voorheen de herberg "de Zwaantjes" gevestigd was, en waarvan het symbool (de zwaan) de gevel sierde.
[zwartė mannėkės]
zn. (mv)
zwarten - negers, bewoners van centraal en zuidelijk Afrika
[zwartsak]
zn. (m)
collaborateur, nazisympathisant
[zwartė]
zn. (m)
ne/de zwarte(n), zwarte(n)
collaborateur, nazisympatisant - als een Antwerpenaar iemand als "ne zwarte" omschrijft gaat het niet over zijn huidskleur maar over zijn politieke voorkeur omstreeks WOII; nu zijn dat vooral nazaten van die sympatisanten
Borms da was ne zwarte

[]
uitdr.
een bepaalde soort donkere (vierkante salami) met kleine witte spikkels, niet voor bloedworst, die dun gesneden als boterhammen beleg wordt gebruikt, een van de vele soorten salami
error
[zwaenzėr]
zn. (m)
grapjas
gij zeh ne zwaenzer eh?

OTT-vervoeging van zwaenze| ik zwaens | wij zwaenze(n) |
gij zwaensd ↔ zwaensde gij | golle zwaensd ↔ zwaensde golle |
| ij zwaensd | zun zwaenze(n) |
[zuutėmbék]
zn. (m)
ne/de ~, zutebekke(n), zutebekske
zoetekauw - iemand met een voorkeur voor zoetigheden of snoep
da kind is e zutebekske

[zuutėlies]
zn.
de ~
spekvet - ongezouten varkensvet dat gebruikt werd als boter
[zuigė]
ww.
1 zuigen, aan een rietje, met een pomp etc..
2 pijpen
3 uitdrukkig "ge meu d'er is aan zuigė"
OTT-vervoeging van zuigė| ik zuig | wij zuigė(n) |
gij zuigd ↔ zuigde gij | golle zuigd ↔ zuigde golle |
| ij zuigd | zun zuigė(n) |
OVT-vervoeging van zuigė| ik zoog | wij zogė(n) |
gij zoogd ↔ zoogde gij | golle zoogd ↔ zoogde golle |
| ij zoogd | zun zogė(n) |
[zoutmontshė]
zn. (o)
e/et zoutmondshe(n)
1 zoutje - zout tussendoortje, hapje(s), amuse gueule, tapas
2 vagina - in de uitdrukking "zoutmondje gekust"
[zottė kostė]
uitdr.
zotte koste(n)
1 overbodige of nutteloze uitgaven - bvb. wanneer iemand plant om kortelings te verhuizen en toch nog wil schilderen
2 luxeaankoop of buitensporige aankoop - bvb. een nieuwe auto kopen voor een geliefde
[vėrsmoźrė]
ww.
versmoźre
- versmoźrde
- versmoźrd
1 verstikken - (letterlijk) wurgen, vermoorden
2 onderdrukken, monddood maken - (figuurlijk) bvb. protest
OTT-vervoeging van versmoźre| ik versmoźr | wij versmoźre |
gij versmoźrd ↔ versmoźrd(e) gij | golle versmoźrd ↔ versmoźrd(e) golle |
| ij versmoźrd | zun versmoźre |
OVT-vervoeging van versmoźre (zwak)| ik versmoźrde | wij versmoźrde |
gij versmoźrde ↔ versmoźrde gij | golle versmoźrde ↔ versmoźrde golle |
| ij versmoźrde | zun versmoźrde |
[aentfleugėl]
zn. (m)
nen/den ~, aendvleugels, aendvleugeltshe
stoffer - handborstel die samengaat met een
völksblek (vuilblik)
[völlėksblék]
zn. (o)
e/et ~, völksblekke(n), völksblekske
vuilblik - wordt gebruikt in combinatie met een handvleugel (
aendvleugel); stoffer en blik
[vuilblék]
zn. (o)
e/et ~, vuilblekke(n), vuilblekske
vuilblik - stoffer en blik zijn in Antwerpen vuilblik en
aendvleugel (handvleugel)
[zoenk]
zn. (m)
ne/de ~, zoenke(n), zoenkske
put, verzakking, uitgesleten put
[zift]
zn. (v)
een/de ~, zifte(n), ziftshe
zeef
[zetgoed]
zn.
et zetgoed ~
1 (let.) zaden en knollen die gepland moeten worden voor de komende oogst
2 (fig.) (snel) opgroeiend meisje
3 (fig.) jong beginnend hoertje van een pooier
[zeemėlė]
zn. (mv)
zemele(n)
1 zemelen - afval van graankorrels blijven in het deeg bij een bruin of grof brood
2 zenuwen - afgeleiden zemelpees, zemelzeik(st)er
[ziemėlap]
zn. (m)
ne/de ~, ziźmelappe, ziźmelapke
zeemvel
[waaiboźmėnoutė]
bn.
waaiboźmenoute(n)
waaibomenhouten - van minderwaardig of goedkoop hout gemaakt
[zaajken]
ww.
1 is de "verheffende trap" van plassen, grote hoeveelheden plassen
2 vervelend en onophoudelijk zagen, de zager is een zeiker
** Fout in vervoeging **
OVT-vervoeging van zeiken (zwak)| ik zeek | wij zeek |
gij zeek ↔ zeek gij | golle zeek ↔ zeek golle |
| ij zeek | zun zeek |
[zegge'dis]
uitdr.
samentrekking van "zeg het eens", meestal gebruikt door iemand in een situatie van autoriteit t.a.v. ondergeschikte (bvb een baas tegen en medewerker, een dokter of notaris tegen een patiėnt,..) kan zowel vriendelijk als intimiderend overkomen en connotaties hebben van "ik zal wel eens naar je luisteren, maar ik geloof je toch niet"
error
Veurige |
1 | 2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
Volgende Vragen? Kijk eerst in de
uitleg bij het woordenboekSuggesties of opmerkingen? Laat ze ons weten
op het forum.